header("Content-Type: text/html; charset=utf-8"); iconv_set_encoding("output_encoding", "Utf-8"); Techniek KOMPAS

KOMPAS - basisvaardigheden

We kennen twee soorten kompassen; plaat- en peilkompassen.

Een plaatkompas is doorzichtig zodat je er makkelijk doorheen kunt kijken wanneer hij op de kaart ligt.

Omdat een plaatkompas geen spiegeltje heeft moet je om de richting te bepalen het kompas (de roos) op 'buikhoogte' aflezen. Alleen dan kun je namelijk zicht houden op de roos van het kompas en het object in het landschap. Je 'viziert' dus als het ware vanaf je buik (wat niet erg nauwkeurig kan zijn!)

De noordnaald is de rode naald. Behalve de naald zijn er ook nog andere belangrijke kompasonderdelen:

Kompasroos: hierop staat de gradenverdeling aangegeven

Spiegel: hierdoor kan je de kompasroos goed zien tijdens het peilen van een richting

Vizier: je kijkt altijd door het vizier naar het punt dat je moet peilen

Afleespunt: hier lees je het aantal graden af waarop het kompas is ingesteld

Het spiegeltje bij het peilkompas dient ervoor dat je de roos en het object in elkaars verlengde kunt zien. Denk maar aan een boog- of scherpschutter: die schieten ook niet vanaf hun buik, maar in het verlengde van hun oog

De huidige kompassen zijn voorzien van een indeling in 360 graden, en algemeen worden de vier hoofdstreken Noord Oost Zuid en West door een letter aangegeven.

Op het kompas dat wij gebruiken wordt het laatste cijfer weggelaten. Als je op het kompas b.v. 19 afleest, dan betekent dat dus 190º.


In dit lijstje zie je welke namen bij welke richtingen horen:

Windrichting Aantal graden Windrichting Aantal graden
N Z 180°
NNO 22.5° ZZW 202.5°
NO 45° ZW 225°
ONO 67.5° WZW 247.5°
O 90° W 270°
OZO 112.5° WNW 292.5°
ZO 135° NW 315°
ZZO 157.5° NNW 337.5°
Z 180° N 360°

De kompasroos is gevuld met vloeistof. Deze vloeistof dempt de naald en zorg er dus voor dat de naald sneller stil staat en niet 'overgevoelig' reageert op de omgeving. De vloeistof is geen water maar een soort olie die gegarandeerd vloeibaar blijft tot -20°.

Declinatie

De aarde heeft een magnetische noord- en zuidpool. Net alsof er een hele grote magneet in de wereld zit. Deze magneet staat alleen een beetje scheef zodat het magnetische noorden (waar je kompas heen wijst) niet helemaal uitkomt op het topje van de wereld (het kaartnoorden). Dit verschil tussen het magnetische en het kaartnoorden noemen we declinatie. (Kijk ook eens bij: 'Kompas voor gevorderden')

De declinatie staat ook vermeld op de topografische kaart en is per land verschillend. De declinatie kan wel oplopen tot 30 graden! In Nederland is het ongeveer 1 graad. Wanneer je gaat hiken in een ander land moet je dus je kompas afstellen!

DE KOMPASHANDGREPEN

Bij de scouting werken we met de 4 kompashandgrepen. Bestudeer ze naar eens goed! Het zal je zeker van pas komen.

Handgreep 1   KOMPAS --> TERREIN

Stel het aantal graden in op het kompas. Doe het koordje om je nek en kijk door de spiegel. Let erop dat je het kompas horizontaal houdt. Draai nu zelf rond totdat de noordnaald tussen de twee witte streepjes staat. Als je nu door het vizier kijkt, dan kijk je in de goede richting

Handgreep 2   TERREIN --> KOMPAS


Doe het koordje om je nek en kijk door het vizier naar het punt waar je de richting van wilt weten. Kijk nu door de spiegel en draai de roos net zo lang totdat de noordnaald tussen de twee witte streepjes staat. Bij het afleespuntje kan je nu het aantal graden aflezen. (Dit is precies omgekeerd aan 1)

Handgreep 3 KAART --> KOMPAS

Je moet van punt (1) naar punt (2) op de kaart. Leg de rand van het kompas langs beide punten, met de voorkant richting punt 2 (de bestemming) Draai de roos nu zodat de noord-zuid lijn op de roos gelijk loopt met de noord-zuid lijn op de kaart. Bij het afleespuntje lees je nu het aantal graden af. Let op! de naald gebruik je dus helemaal niet!

Handgreep 4 KOMPAS --> KAART

Stel het aantal graden in op het kompas. Zoek het punt waar je bent (1) op de kaart op en leg het kompas tegen dat punt aan. Draai nu met het hele kompas rond (1) totdat de noord-zuid lijn op de kompasroos gelijk ligt met de noord-zuid lijn op de kaart. Trek (met potlood) een lijn langs het kompas. Ergens op die lijn ligt punt (2). Ook hier gebruik je de naald dus niet. (Dit is precies omgekeerd aan 3)

KOMPASDOORSTEEK

Je hebt een kompaskoers gekregen die je over een bepaalde afstand moet volgen. Stel de gewenste richting in op het kompas. Kijk door het vizier en zoek een punt (een boom, gebouw, enz.) dat in de goede richting ligt . Loop dan naar dat punt toe en doe dan weer hetzelfde, net zolang totdat je bent waar je moet zijn. 's Nachts gaat dit ook: stuur iemand met een zaklamp vooruit en geef die persoon aanwijzingen tot hij of zij in de goede richting staat.

KRUISPEILING

Schiet van twee markante punten (een gebouw, toren, enz.) de richting. Breng deze richting over op de kaart . Je hebt nu twee lijnen op de kaart. Op het snijpunt van die twee lijnen ben je nu! Bij een kruispeiling is het belangrijk om heel nauwkeurig te werken.


ZELFBOUW KOMPAS

Het is vrij eenvoudig om zelf een 'kompas' te maken.

Neem daarvoor een niet te grote naald en haal die in één richting langs een magneet (dus niet heen en weer, maar steeds in dezelfde richting lang de magneet). Daardoor wordt die naald enigszins gemagnetiseerd.

Maak vervolgens de naald een beetje vettig, misschien is het voldoende om hem langs je vingers te wrijven, anders is een klein beetje olie of boter ook prima. Neem vervolgens een schoteltje, en vul het met wat water. Probeer de naald vervolgens op het water te leggen. Door de oppervlaktespanning van het water kan de naald blijven drijven. En als eenmaal de naald drijft, zal hij zich naar het noorden richten. Het water zorgt ervoor dat de naald horizontaal ligt en het dempt snelle bewegingen, zodat dat de naald zich rustig naar het noorden kan draaien.

Een andere manier is met een staafmagneet. Door deze op water te laten drijven met behulp van bijvoorbeeld een stukje kurk, zal de magneet zich in noord-zuid richting draaien.


EXPERIMENTEN

Breng het kompas uit evenwicht, door bijvoorbeeld het potje een slag te draaien. Kijk hoe lang het duurt voordat de naald weer naar het noorden wijst. Hoe beter het kompas, hoe sneller het weer stil ligt en naar het noorden wijst. Je zult zien dat dit kompas het vrij goed doet.

Kijk om 12 uur 's middags op het kompas, en controleer of de zon dan inderdaad precies in het zuiden staat. Als dat niet zo is, waarom zou dat dan zo zijn?

Neem iets groots van ijzer (een koektrommel of groot conservenblik) en beweeg het op een afstand van een paar centimeter langs het kompas. Je zult zien dat het kompas dan een afwijking gaat vertonen. Terwijl het blik toch niet magnetisch is; hoe zou dat dan komen?

GESCHIEDENIS VAN HET KOMPAS

De oudste kompassen waren waarschijnlijk stukken gemagnetiseerd ijzer of ijzererts die op een plankje drijvend in water lagen. Verbeteringen in de vorm van een staafmagneet, een betere ophanging en de kompasroos volgden later.

De vroegste bekende vermelding van het gebruik van een kompas voor navigatie op zee is in het Chinese boek "Pingzhou Ke Tan" (Tafelgesprekken van Pingzhou) uit 1117 van Zhu Yu. Later in de 12e eeuw verspreidde het gebruik van het kompas zich via de Arabieren naar Europa.

Moderne en geavanceerde navigatiesystemen hebben het kompas op schepen en in vliegtuigen verdrongen. Voor de koersbepaling wordt gebruik gemaakt van radiobakens, gyroscopische kompassen en satellietnavigatie. Voor de richtingbepaling in de ruimte heeft men andere referentiepunten nodig dan de aarde en is het kompas niet bruikbaar en zal men zich moeten oriënteren op de sterren.

Gyroscopische kompassen houden een ingestelde richting vast en zijn niet gevoelig zijn voor ijzer of magneten. Ook een gyrokompas vertoont een klein verloop en zij het kleine, afwijking, namelijk de hoek tussen het Ware Noorden (Nw) en het Gyro Noorden (Ng); deze afwijking noemt men de Totale Fout. Bij pleziervaart en oriëntatie in het terrein worden magnetische kompassen echter nog veel gebruikt, veelal in combinatie met GPS-ontvangers. Ook zijn er elektronische kompassen met sensors waarmee het magnetisch noorden kan worden vastgesteld.