AFSTANDSMETING - gevorderden
WISKUNDIG BEKEKEN
Om grotere afstanden te meten zijn er een paar manieren.
Ze hebben allemaal te maken met wiskundige driehoeken.
De hoogte van de toren is: de afstand van je oog tot de voet van het object (100m) maal de lengte van de stok (2m) gedeeld door de afstand van je oog tot de voet van de stok (3m).
(100x2 / 3 = 67) De hoogte van de toren is hier dus 67 meter.
BREEDTEMETING
De breedte van een rivier bepalen (handig wanneer je een brug gaat bouwen op het droge)
Ga staan bij [A], tegenover een duidelijk herkenbaar object aan de overkant (b.v. een boom).
Zet een hoek uit van 90° (haaks op de boom dus).
Ga bij C staan en schiet nu met je kompas de lijn [C-A].
Verdraai de roos van je kompas 45 graden. Schiet deze afstand.
Loop nu achteruit totdat je de boom in je vizier krijgt.
De breedte van de rivier [A-B] is nu gelijk aan de afstand van jou tot punt A.
DUIMSPRONG
Het is mogelijk met je duim afstanden te bepalen.
Strek een arm op ooghoogte en steek je duim omhoog. Kijk met je rechteroog. Je ziet nu het object op punt A.
Kijk nu met je linkeroog over de top van je duim, zonder je duim te verplaatsen. Je ziet het object nu op plaats B.
Nu moet je zo goed mogelijk de afstand (in werkelijkheid) schatten tussen punt A en B.
Door de verhouding van de afstand tussen je ogen en de lengte van je arm kan je eenvoudig de afstand naar het object schatten:
Deze is 10x de afstand tussen A en B
Denk er wel aan dat fouten bij het schatten van de afstand tussen A en B tienvoudig doorwerken!
|