Het Zomerkamp 1996 te Maarsbergen was echt wel te gek. We hebben heel veel gedaan zoals Butsen en Matten met de Rowans al durfde de meesten dat niet. Ik wil graag iets vertellen over het Butsspel van het zomerkamp.
Wij waren het boerenvolk die een nederzetting aan het opbouwen waren op landgoed Maarsbergen.
Onze leenheer was de Hertog van Maarsbergen. maar die was op kruistocht, dus was de Hertogin de baas.
Die had weer een persoon ingehuurd, hoofd van het leger van maarsbergen, de Baljuw. Die Baljuw was erg gemeen tegen ons, want hij
heeft heel wat spullen meegenomen, onder de naam van belasting, en een aantal keer onze spullen vernielt.
Tot op een dag onze bakker en de Timmerman Kippen zijn gaan jatten bij de Baljuw. De Baljuw had dat meteen door en wou de Bakker zij hand af hakken. Toen hij dat net gedaan had schoot er ineens een man uit de Bosjes die de bakker en zijn losse hand meenam. En wij hielden de Baljuw bezig tot hij weg was.
Op het Kamp aangekomen bleek deze man een Bokkenrijder te zijn. Dat is iemand die tegen onterecht strijd. Hij zij dat we ons vannacht moesten verstoppen. En dat hebben we gedaan en we hebben daarna onderkomens gemaakt diep in het bos en daar geslapen. maar de volgende ochtend was er niets veranderd.
Wel stond er een raar teken in de grond. Een soort visje. (over de betekenis hiervan waren de meningen verdeeld)
Toen op Donderdagochtend werd er ons een brief bezorgt dat we om half tien in wijk bij Duurstede moesten zijn bij de Toren.
Toen hebben we daar de Kerktoren Beklommen en Hebben daar een opdracht gevonden van de Hertogin om de soldaten van de Baljuw in de Gaten te houden.
Toen we uit de Toren kwamen stonden er vier soldaten. Elke patrouille volgde een soldaat en aan het eind hebben we ze overmeesterd.
Toen kwamen 's avonds de rovers ons om hulp vragen, want ze moesten uit hun rovershol van de Baljuw voor 12 uur. Toen hebben we onderhandelaars gestuurd, maar die werden teruggestuurd opeen paar na. Die zouden worden opgehangen. toen we daar met de rover sen de alchimisten aankwamen bleken we te laat.
De roverhoofdvrouw werd al opgehangen. Na de soldaten een flinke aframmeling gegeven te hebben moesten de Baljuw en zijn kornuiten op de knieën zeggen dat ze de Hertog dienden.De Baljuw deed dit met veel overtuiging moest overigens gezegd worden. Maar ook werd er niets anders uit de doeken gedaan. Er was een man geweest die zich voor bokkerijder uitgaf en al onze spullen had gestolen, w aaronder juwelen. Maar hij had zijn zakje meel laten liggen waar hij zijn tekens mee maakte. Dar hebben we een gat in gemaakt en daarna zijn we op wacht gaan liggen. Hij kwam om ong. half 2 zijn zakkie ha len. Toen hebben we even ge wacht en hebben toen zijn spoor gevolgd. Aangekomen op een heuvel zagen we hem daar met zijn 2 helpjes. Het waren 2 alchimisten die op lager wal waren geraakt. Na hun ook een geduchte afstraffing gegeven te hebben namen we onze spullen mee en gingen te bed.
Dat was het een beetje mijn knokspelverslag.
Groetjes van Maarten Bouwman.