VERSLAG TROEPWEEKEND 13 EN 14 DEC. 2002

Door: Hopman Wouter

Wat eraan vooraf ging.
Allereerst waren daar de eerste berichten over een mogelijke Elfstedentocht, een schaatsfabriek die overuren draait en een ijzige koude wind aan het begin van de week. Iedereen is in de ban van de plotseling opgekomen kou met 's nachts temperaturen tot -10 graden onder nul. De centrale verwarming in het troephuis is nu al weer een drietal weken kapot, het stoken van de openhaard laat, door de slechte rookafvoer, in alle hoeken van het troephuis de brandmelders afgaan. Geen ideale situatie wanneer je met veel nieuwe jongens in de troep en een redelijk extreem buitenprogramma wilt gaan kamperen.

In de loop van de week komen de eerste afmeldingen binnen. Veel ouders zijn erg bezorgd en nemen het zekere voor het onzekere. Dit maakt de stemming er bij ons niet beter op, blijkbaar heeft men niet erg veel vertrouwen in het leidingteam. Menig e-mail bericht wordt er deze week via de leidinglijst verzonden, veelal in de baas zijn tijd. Bij de start van dit weekend zullen door omstandigheden twee van de vier leiders niet aanwezig kunnen zijn. Vanaf een uur of tien zijn we met z'n drieën, zaterdag zijn we compleet. Bootschappen moeten er ook gehaald worden, niemand blijkt hier echter tijd voor te hebben. Op zich geen reden om het weekend te annuleren, de jongens kunnen redelijk zelfstandig de tenten opzetten en eventueel ook boodschappen doen.

Het moet een weekend worden met een realistisch knokspel. Een knokspel waarbij men niet gelijk in de gaten heeft dat de leiding het georganiseerd heeft. Iets waarmee we zomaar, onverwachts geconfronteerd zouden kunnen worden tijdens ons spelprogramma. We besluiten, door tijdgebrek, het spel met de stropers nog eens uit de kast te halen. Nu alleen nog stropers vinden die op zaterdagmorgen om 06.00 uur willen opstaan om vervolgens om 07.00 door zo'n 27 jongens in elkaar gemept te worden (is dat een probleem?). Het is inmiddels woensdag en we hebben nog geen stropers, laat staan een konijn voor in de strik.

Weer een e-mail met als kop 'troepweekend', van Marcel ditmaal. "Bij ons op het werk zijn ze allemaal ziek en ik heb ook al keelpijn!" Er volgt weer een e-mail met daarin het voorstel het weekend te annuleren en in de plaats daarvan zaterdagmiddag te gaan schaatsen. Het is inmiddels donderdag, we moeten nu echt een beslissing nemen. De oplossing is echter nabij, Norton bericht dat de verwarming het weer doet. We zijn allen zeer verrast, het kamp kan gewoon doorgaan.

Vrijdag 13 december 2002.
Samen met Marcel spreek ik af om eerder naar het troephuis te komen om alvast te beginnen met het ombouwen van de kampvuurkuil. We willen de kampvuurkuil met doek gedeeltelijk overdekken zodat we enigszins uit de koude wind bij het vuur kunnen zitten. Ook willen we de jongens een keer de gelegenheid geven om bij het vuur te blijven slapen. We proppen ons snel vol met de meegebrachte patat en hamburgers en gaan aan de slag.
Wanneer de eerste jongens arriveren is het reeds donker. Het vragen beantwoorden kan beginnen. Wat gaan we doen? Slapen we in de tent? Kan ik al betalen? Moeten we de tent al opzetten? In het donker? De grond is bevroren, de haringen willen er niet in! (slik!) Waar is de grote hamer? enz. enz.

Het vuur brandt inmiddels, hout is er genoeg. Tijd om iedereen te verzamelen en bij het vuur een warme kop soep te drinken. Het aantal jongens valt tegen, veertien van de zevenentwintig zijn er. Wel een beetje jammer maar ook weer niet heel erg wanneer je maar met z'n tweeën bent. De stemming is wel goed. We horen wat harde knallen, alsof er iemand aan het schieten is. Dankbaar maken we hier gebruik van, de link met stropers is gauw gelegd. Het wachten is nu op Maikel, dan kunnen we beginnen met het programma. Na gebeld te hebben besluiten we niet langer te wachten en tegen negenen gaan we op pad naar een terreintje langs de Doesburgermolenweg. Geheel volgens de verwachting lopen we met veel kabaal en lampjes door het donkere bos en zit er bij aankomst een gat van minstens 3 minuten tussen de eerste verkenners en de rest van de troep. Daar moet dus eerst iets van gezegd worden alvorens we verder kunnen gaan. We wijzen ze er nog even op dat je 's avonds eigenlijk niet in het bos mag komen en dus erg stil moet zijn wanneer je dat toch doet. Buiten ons is een ieder die zich hier 's avonds in het donker ophoud natuurlijk verdacht. Daar kun je dus maar beter met een boog omheen lopen. Het is belangrijk dat we bij elkaar blijven.

We spelen hier een soort rugby met drie teams en zes ballen. De bal is een fles met daarin een breeklichtje zodat je hem in het donker goed kunt volgen. Terwijl de verkenners de spelregels aanpassen draai ik van het meegebrachte ijzerdraad wat strikken in elkaar en bevestig ik deze aan wat boomstronken. Dit rugbyspel is slechts bedoeld om de stropers op het spoor te komen. Na afloop van het spel vinden Marcel en ik de strikken, de jongens reageren verbaasd, iedereen is er van overtuigd dat ze echt zijn. Het eerste deel van het knokspel is geslaagd. We laten de jongens per patrouille alleen teruglopen door het donkere bos. Vreemd, maar het lijkt wel alsof ze minder lawaai maken dan op de heenweg.

Terug bij het troephuis worden ze opgevangen door Maikel en de twee tl's die achtergebleven waren om het vuur te bewaken. Bij het vuur regent het weer vragen over waar iedereen moet gaan slapen, er zijn immers maar twee tenten opgezet! Nadat we hebben toegezegd dat de leiding niet bij het vuur zal gaan liggen is de belangstelling om hier te overnachten aanzienlijk toegenomen. Natuurlijk komen we nog even terug op wat we nu aanmoeten met de gevonden strikken. De meningen zijn verdeeld. Na wat wilde ideeën stellen we voor om morgen heel vroeg op te staan om te kijken of er stropers op komen dagen. Wat we doen als ze komen laten we maar in het midden.

Het is net twaalf uur geweest en iedereen ligt op bed. We zijn best goed tevreden over het verloop van deze avond. We hebben met de jongens bij het vuur afgesproken dat ze ons om 06.00 uur moeten wakker maken. Voor de zekerheid zetten we zelf ook maar een wekker. Wanneer de jongens ons precies op tijd komen wekken moet ik tot de conclusie komen dat ik weer geen oog heb dichtgedaan deze nacht. De leden bij het vuur zijn de hele nacht wakker gebleven en hebben regelmatig hout gekloofd om het vuur aan te houden. Dit was binnen helaas duidelijk hoorbaar.

Zaterdag 14 december 2002
Het is nog pikkedonker wanneer ook de laatste leden, onder zeer veel protest, zich in de gang van het troephuis laten zien. Blikken die kunnen doden, haren in de war en vooral veel commentaar (hé Marijntje!). Een half uur later lopen we voorzichtig door het donkere bos naar de plek waar we de strikken gevonden hebben. Dit is nu typisch zo'n moment waarbij je weer weet waar je het allemaal voor doet. Samen met een groep verkenners een avontuur beleven, iets wat je thuis of op je werk weer niet kunt uitleggen zonder er heel veel woorden aan vuil te moeten maken. Maar het is vooral de sfeer van het moment die je moeilijk verwoorden kunt. De Doesburgermolenweg is door de ijzel veranderd in een ijsbaan. Wanneer we willen oversteken komt er een auto onze kant op, iedereen duikt het bos in. Hij rijdt echter door, de bestuurder zal zich terecht nog eens de slaap uit de ogen hebben gewreven.

Nadat iedereen zich verdekt heeft opgesteld rondom de plek waar de strikken zijn uitgezet komen de stropers, drie in totaal, de strikken controleren. Met een lamp schijnen ze in het rond, niemand laat zich gelukkig zien. Pas wanneer de leiding het voldoende veilig vindt en een fluitsignaal geeft mag men de boeven pakken. Even later stopt er een auto en verschijnt er een vierde persoon ten tonele. Er wordt luid onderhandeld over de prijs van het gestroopte wild. Wanneer de prijs bepaald is klinkt het signaal en grijpen de verkenners in.

De stropers worden overmeesterd en afgevoerd naar het troephuis waar Marcel warme chocomel heeft klaarstaan. Het is inmiddels half acht, een eerste wandelaar laat zijn hond uit in het bos.

Nu is het tijd voor het verkennersvoer bij uitstek: havermout. Goedkoop, lekker (met kaneel, appel, rozijnen en heel veel suiker) en voedzaam. Een populaire maaltijd die voldoende stof tot discussie geeft.

Na het eten is het tijd om de boel eens flink op te ruimen en de jongens goed aan het werk te zetten. Deze ochtend zullen we nodig hebben om een aantal proeven voor te bereiden. Proeven met een hoog adrenaline gehalte, iets waarbij je volledig op elkaar moet leren vertrouwen. We beginnen met de valproef. Hierbij ga je op de rand van een tafel staan en laat je je gestrekt achterover vallen in de handen van je ploeggenoten. Iedereen is erg enthousiast, menig lid wil het nog een keer proberen.

Het middagmaal wordt op het kampvuur klaargemaakt. Twee flinke koekenpannen met aardappelschijfjes, pannen met doperwtjes, worteltjes en spekjes. Nu is het mijn tijd om lekker commentaar te geven op de kookkunsten van de jongens. Iets wat er in gaat als pap. Nadat de verkenners bijna alle spekjes alvast maar hebben opgegeten, rauwe aardappels bakken duurt ook wel erg lang, neemt de leiding het heft in handen. Het vuur wordt opgestookt en alles wordt bij elkaar gemikt, deksel erop en klaar is Kees. De nieuwe stookbak in de kampvuurkuil bevalt erg goed, de maaltijd is oké.

De tweede proef geeft een nog veel grotere kick dan de eerste. Je hangt aan een touw dat bevestigd zit in het midden van een horizontaal gespannen touw dat zich zo'n 5 meter boven je bevindt. Via een ander touw laat je jezelf optrekken tot een hoogte van ongeveer 6 meter. Vervolgens laat je los en voor je het weet stort je ruggelings naar beneden om vervolgens door te zwiepen naar een volgend dood punt. Je voelt je als een slinger onder een hele grote klok. Een belevenis die menig jeugdlid nog lang zal bijblijven. Het is ons weer gelukt iets nieuws te bedenken. Nu nog alles opruimen, limonade drinken en afsluiten. De leiding mag hierna nog naar de groepsraad. Het was weer een bijzonder geslaagd weekendkamp.

Met dank aan de stropers Jac en Robertjan.